Citaat | Rechtbank Noord-Holland 14 september 2016

Onder 5.2 Rechtbank Noord-Holland 14 september 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 14 september 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:7583.

14. Verweerder betoogt dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat het niet de bedoeling is geweest om aanzienlijke beloningsbestanddelen onder te brengen in de werkkostenregeling en dat het hier om een aanzienlijk beloningsbestanddeel gaat. Toepassing van de regeling zou hier, aldus verweerder, leiden tot een aanzienlijk tariefvoordeel, hetgeen niet met deze regeling is beoogd. In beginsel stond het eiseres vrij om de verstrekking van aandelen aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel. De totale waarde van de verstrekte aandelen brengt echter mee dat de verstrekking uitgezonderd dient te blijven van de regeling. Binnen de Belastingdienst wordt bij de beoordeling van de gebruikelijkheid een doelmatigheidsgrens van € 2.400 gehanteerd. Dit betekent dat hogere bedragen ongebruikelijk zijn, aldus nog steeds verweerder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4df181be1040f3d35a663d3682d5d5422c7490e64ead9acaa61c80e655b7b9e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4df181be1040f3d35a663d3682d5d5422c7490e64ead9acaa61c80e655b7b9e0, en de alinea staat in dat document op bytes 23361 tot 24196.