Citaat | Rechtbank Noord-Holland 30 september 2016

Alinea 97 Rechtbank Noord-Holland 30 september 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 30 september 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:8040.

29. Wat betreft het verzoek van eiseres om vergoeding van immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. De uitgangspunten die gelden bij vergoeding van immateriële schade vanwege overschrijding van de redelijke termijn zijn door de Hoge Raad neergelegd in zijn arresten van 10 juni 2011, nr. 09/02639, ECLI:NL:HR:2011: BO5046, BNB 2011/232 en 19 februari 2016, nr. 14/03907, ECLI:NL:HR:2016:252. Daarbij geldt onder meer dat de redelijke termijn voor de behandeling in de bezwaar- en de beroepsfase tezamen niet meer dan twee jaar bedraagt. De in aanmerking te nemen termijn begint voor de bezwaar- en beroepsfase in beginsel op het moment waarop verweerder het bezwaarschrift ontvangt en eindigt op het moment waarop de rechtbank uitspraak doet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f52a7b96a1e7225945ec4e62af078a2e73acf7750b68251161dade9ca425d2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f52a7b96a1e7225945ec4e62af078a2e73acf7750b68251161dade9ca425d2a, en de alinea staat in dat document op bytes 36761 tot 37529.