Citaat | Rechtbank Noord-Holland 30 september 2016
Alinea 108 Rechtbank Noord-Holland 30 september 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 30 september 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:8041.
33. De rechtbank heeft geen enkele aanwijzing dat de onderhavige zaak een “testcase” zou zijn, en gaat reeds om die reden voorbij aan de in dit kader aangevoerde stellingen van eiser. Voorts is de rechtbank in het onderhavige geval niet gebleken dat bij het opleggen van de navorderingsaanslag, bij het afwijzen van het bezwaar of bij het procederen voor de rechtbank sprake zou zijn van verregaand onzorgvuldig of tegen beter weten in handelen door verweerder. Dat in een andere (vergelijkbare) zaak de belastingplichtige bij de rechtbank in het gelijk is gesteld met betrekking tot het toepassingsbereik van artikel 66, derde lid, van de Sw, maakt nog niet dat verweerder tegen beter weten in heeft gehandeld door oplegging/handhaving van de navorderingsaanslag. Het door verweerder (bewust) ingenomen standpunt met betrekking tot de toepassing van artikel 66, derde lid, van de Sw is ook niet bij voorbaat verregaand onzorgvuldig te noemen. De rechtbank ziet derhalve geen reden om bij toekenning van (proces)kosten af te wijken van de forfaitaire tarieven van het Besluit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d08654c297e9bf3c638f49e061a112159282e6ef087c88ed6477bfa1fda82c28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d08654c297e9bf3c638f49e061a112159282e6ef087c88ed6477bfa1fda82c28, en de alinea staat in dat document op bytes 41304 tot 42397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d08654c297e9bf3c638f49e061a112159282e6ef087c88ed6477bfa1fda82c28 | shasum -a 256