Citaat | Rechtbank Noord-Holland 30 september 2016

Alinea 54 Rechtbank Noord-Holland 30 september 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 30 september 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:8041.

12. De rechtbank acht de verklaring van verweerder dat er op 7 juni 2013 sprake was van collegiaal overleg en dat in de (interne) aantekeningen van de bespreking van 20 juni 2013 ten onrechte is verwezen naar een mailbericht van het Ministerie, geloofwaardig. De beperkte kennisname van het e-mailbericht van 7 juni 2013 is door de geheimhoudingskamer gerechtvaardigd geacht. Dit geldt ook voor het e-mailbericht van 8 maart 2013. De verklaring van verweerder dat er uiteindelijk alleen mondeling contact is geweest met het Ministerie van Financiën acht de rechtbank eveneens geloofwaardig. In zoverre falen de grieven van eiser over het ontbreken van stukken. Voor zover eiser zich overigens nog beroept op het ontbreken van stukken, heeft hij desgevraagd ter zitting verklaard niet aan te kunnen geven om welke stukken het gaat en slechts te vermoeden dat er stukken ontbreken. Voor het bestaan van overige stukken die verweerder ter beschikking hebben gestaan, zijn geen aanwijzingen, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet te veronderstellen dat er meer stukken zijn dan door verweerder overgelegd. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat verweerder alle stukken heeft overgelegd. Het betoog van eiser dat er nog stukken ontbreken, faalt dan ook.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d08654c297e9bf3c638f49e061a112159282e6ef087c88ed6477bfa1fda82c28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d08654c297e9bf3c638f49e061a112159282e6ef087c88ed6477bfa1fda82c28, en de alinea staat in dat document op bytes 18073 tot 19354.