Citaat | Rechtbank Noord-Holland 6 april 2016

Onder 5.5. Rechtbank Noord-Holland 6 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 6 april 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:8420.

Waar het betreft de vaststelling van de feiten, neemt de kantonrechter tot uitgangspunt dat in zaken die voortvloeien uit de Wet werk en zekerheid (hierna: Wwz), zoals deze zaak, het bewijsrecht in beginsel van toepassing is, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. In dit geval verzet de aard van de zaak zich niet tegen toepassing van het bewijsrecht. Dat brengt mee dat het overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op de weg ligt van Teeling om haar feitelijke stellingen, voor zover deze voldoende gemotiveerd zijn betwist zijn door [de werknemer] , te bewijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d647ccec0827532878ab35ad8cd2c69e19e79e89ea25e799d0975cf3545abed0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d647ccec0827532878ab35ad8cd2c69e19e79e89ea25e799d0975cf3545abed0, en de alinea staat in dat document op bytes 13710 tot 14352.