Citaat | Rechtbank Noord-Holland 18 mei 2016

Onder 5.11. Rechtbank Noord-Holland 18 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 18 mei 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:9049.

[werknemer] heeft subsidiair verzocht om G4S te veroordelen een transitievergoeding te betalen van € 28.346,59. Op grond van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW is de transitievergoeding niet verschuldigd, indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, omdat daarvoor een dringende reden aanwezig was. Hoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen in dit geval ook een dergelijke ernstige verwijtbaarheid op. Immers, die feiten en omstandigheden zijn van dien aard dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van de werknemer dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Het bewust niet openmaken van een koffer waarbij was aangegeven dat de koffer een bedreiging vormde, levert een direct risico op voor de veiligheid op Schiphol en kan grote gevolgen hebben. Dat betekent dat in beginsel de transitievergoeding niet is verschuldigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8158cb6ec9dc7cda8454face8eca7fd378717e8c6baf87f30448289bba39375. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8158cb6ec9dc7cda8454face8eca7fd378717e8c6baf87f30448289bba39375, en de alinea staat in dat document op bytes 26542 tot 27755.