Citaat | Rechtbank Noord-Holland 10 november 2016

Onder 3.10. Rechtbank Noord-Holland 10 november 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 10 november 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:9127.

Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat de bevoegdheid om na te vorderen ter zake van de door verweerder gestelde buitenlandse ondernemingswinst op grond van artikel 16, vierde lid, van de AWR, geen voorwerp kan zijn van omkering van de bewijslast. Daarmee ziet hij evenwel over het hoofd dat reeds vaststaat dat de vereiste aangifte niet is gedaan en dat voor de omkering van de bewijslast de aangifte als geheel in aanmerking moet worden genomen (HR 14 november 1990, nr. 26.727, ECLI:NL:HR:1990:ZC4441, BNB 1992/127).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c22fa5f657db98217bd41b843fae407f2e9407ae7e8d7f31e415be9bceb95f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c22fa5f657db98217bd41b843fae407f2e9407ae7e8d7f31e415be9bceb95f1, en de alinea staat in dat document op bytes 29177 tot 29717.