Citaat | Rechtbank Noord-Holland 10 november 2016
Onder 3.13. Rechtbank Noord-Holland 10 november 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 10 november 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:9127.
Overigens geldt wel dat, ook al is er sprake van omkering van de bewijslast, de aanslag niet naar willekeur mag worden vastgesteld, maar dient te berusten op een redelijke schatting (vgl. Hoge Raad 28 maart 2003, nr. 38039, ECLI:NL:HR:2003:AF6486, BNB 2003/203). Hierbij komt de vraag aan de orde of verweerder in de gegeven omstandigheden in redelijkheid ervan kon uitgaan dat de stortingen zijn terug te voeren op in het buitenland opgekomen winst uit de onderneming van eiser. Ter onderbouwing hiervan heeft verweerder naar voren gebracht dat hij het mogelijk acht dat eiser ook bedrijfsactiviteiten verrichtte in het buitenland en aldaar een deel van zijn inkomsten genereerde. Uit ervaringsregels en jurisprudentie op het gebied van buitenlands vermogen blijkt volgens verweerder dat juist het gedeelte van de inkomsten dat buiten de boekhouding is gehouden, vaak in het buitenland is gegenereerd. Uit eigen wetenschap is verweerder voorts bekend dat rondom de buitengrenzen van Nederland over en weer ondernemers actief zijn en aldaar in het buitenland omzet behalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c22fa5f657db98217bd41b843fae407f2e9407ae7e8d7f31e415be9bceb95f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c22fa5f657db98217bd41b843fae407f2e9407ae7e8d7f31e415be9bceb95f1, en de alinea staat in dat document op bytes 31149 tot 32236.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c22fa5f657db98217bd41b843fae407f2e9407ae7e8d7f31e415be9bceb95f1 | shasum -a 256