Citaat | Rechtbank Noord-Holland 10 november 2016

Onder 3.14. Rechtbank Noord-Holland 10 november 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 10 november 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:9127.

Verweerder heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat sprake zou zijn van buitenlandse ondernemingswinsten geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht, zoals feiten en omstandigheden als vermeld in onderdeel 3.7. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de onderneming van eiser actief was in het grensgebied. Door uitsluitend op basis van de door hem genoemde ervaringsregels (zie hierboven onderdeel 3.13) buitenlandse inkomsten in aanmerking te nemen, heeft verweerder de grenzen der redelijkheid overschreden en berust de navorderingsaanslag in zoverre op een willekeurige schatting. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verweerder geen nader onderzoek heeft gedaan naar de omzet- en winstverantwoording en de aard en de omvang van de onderneming van eiser, terwijl zulks wel tot de mogelijkheden behoorde, bijvoorbeeld door middel van een boekenonderzoek. Het enkele feit dat het in het onderhavige geval gaat om contante omzet die is verzwegen en op enig moment op een buitenlandse rekening is gestort, betekent niet dat verweerder dienaangaande geen controlemogelijkheden heeft gehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c22fa5f657db98217bd41b843fae407f2e9407ae7e8d7f31e415be9bceb95f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c22fa5f657db98217bd41b843fae407f2e9407ae7e8d7f31e415be9bceb95f1, en de alinea staat in dat document op bytes 32317 tot 33442.