Citaat | Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2016

Onder 4.4.2. Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:944.

[Achternaam gedaagde] betwist dat het verstekvonnis en het betalingsbevel rechtsgeldig aan haar zijn betekend en deze ooit te hebben ontvangen. [Achternaam gedaagde] gaat ervan uit dat het exploot van 7 december 2000 is uitgebracht op het adres [Adres 2 gedaagde] te [Woonplaats 2 gedaagde] , een adres dat niet haar GBA-adres is en waar zij ook niet verbleef. [Achternaam eiser] wist ook dat [Achternaam gedaagde] daar niet verbleef. Immers, zo voert [Achternaam gedaagde] aan, de dagvaarding in de onderhavige verstekzaak is op 25 augustus 2000 (niet in persoon) uitgebracht op het adres [Adres 2 gedaagde] te [Woonplaats 2 gedaagde] . In een procedure bij de kantonrechter waarin [Achternaam gedaagde] wel is verschenen, heeft de kantonrechter te Hoorn in zijn vonnis van 17 juli 2000, derhalve voor 25 augustus 2000, vermeld dat [Achternaam gedaagde] op dat moment woonde in [Woonplaats 3 gedaagde] en niet meer aan de [Adres 2 gedaagde] te [Woonplaats 2 gedaagde] . Aannemelijk is dat het exploot van 7 december 2000 ook op het adres [Adres 2 gedaagde] is achtergelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6cf478b3c308944324890f2d380191350d9d30aa26a7e5f3817036767ae0cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6cf478b3c308944324890f2d380191350d9d30aa26a7e5f3817036767ae0cf, en de alinea staat in dat document op bytes 17168 tot 18269.