Citaat | Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2016

Onder 4.4.3. Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:944.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. Uit het betekeningsexploot van 8 oktober 2001 blijkt niet hoe het exploot van 7 december is betekend en op welk adres. Verder heeft [Achternaam gedaagde] gemotiveerd aangevoerd waarom zij het exploot van 7 december 2000 niet heeft ontvangen en waarom dit waarschijnlijk op een verkeerd adres ( [Adres 2 gedaagde] te [Woonplaats 2 gedaagde] ) is uitgebracht. Omdat uit andere stukken niet valt af te leden hoe dit exploot aan [Achternaam gedaagde] is betekend en, voor het geval dit niet in persoon was, op welk adres, is het is aan [Achternaam eiser] , die zich op de rechtsgeldigheid van het exploot van 7 december 2000 beroept, om de juistheid van zijn stellingen te bewijzen, bijvoorbeeld door het betreffende exploot van 7 december 2000 in het geding te brengen. Dat [Achternaam eiser] dat niet kan doen, omdat het exploot of een afschrift daarvan niet meer beschikbaar is, komt voor zijn risico. Nu hij ook overigens geen bewijs heeft aangeboden , gaat de rechtbank er daarom van uit dat het verstekvonnis niet in persoon is betekend en dat betekening van het betalingsbevel niet in persoon heeft plaatsgevonden op, bovendien, een onjuist adres.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6cf478b3c308944324890f2d380191350d9d30aa26a7e5f3817036767ae0cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6cf478b3c308944324890f2d380191350d9d30aa26a7e5f3817036767ae0cf, en de alinea staat in dat document op bytes 18361 tot 19568.