Citaat | Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2016

Onder 4.5.2. Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:944.

Zoals hiervoor al geoordeeld, gaat de rechtbank ervan uit dat het verstekvonnis niet in persoon is betekend en dat betekening van het betalingsbevel op 7 december 2000 niet in persoon heeft plaatsgevonden op, bovendien, een onjuist adres. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het betalingsbevel niet rechtsgeldig is uitgebracht. Dat heeft tot gevolg dat de executoriale beslaglegging op roerende zaken op 8 oktober 2001 nietig is. Immers die is niet voorafgegaan door een rechtsgeldig betalingsbevel (art. 439 Rv). Daaruit volgt dat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis van 9 november 2000 niet in december 2000 en evenmin in oktober 2001 is aangevangen. Eerst op 8 juni 2015 is [Achternaam gedaagde] bekend geworden met het betalingsbevel en daarmee met de aanvang van de executie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6cf478b3c308944324890f2d380191350d9d30aa26a7e5f3817036767ae0cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6cf478b3c308944324890f2d380191350d9d30aa26a7e5f3817036767ae0cf, en de alinea staat in dat document op bytes 21856 tot 22660.