Citaat | Rechtbank Noord-Holland 28 oktober 2016

Alinea 26 Rechtbank Noord-Holland 28 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 28 oktober 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:9942.

7. Op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en letter a, van de Wet wordt als inhoudingsplichtige aangemerkt degene tot wie eiser in dienstbetrekking staat. De aanstelling van eiser heeft plaatsgevonden op grond van de MAW en wordt ook beheerst door het (militair) ambtenarenrecht zoals neergelegd in die wet. In de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, zijnde de hoogste bestuursrechter op het gebied van het (militair) ambtenarenrecht, wordt steevast tot uitgangspunt genomen dat de (militair) ambtenaar in dienst is van (en dus in dienstbetrekking staat tot) het Ministerie (zie onder meer CRvB 16 januari 2014, nrs. 13/1908 MAW, 13/1909 MAW, 13/1910 MAW, 13/1911 MAW, ECLI:NL:CRVB:2014:57, AB 2014/238 en CRvB 26 mei 2016, nr. 15/1847 MAW, ECLI:NL:CRVB:2016:1954). Dat het Ministerie geen rechtspersoonlijkheid heeft, doet hieraan niet af. Nu het hebben van rechtspersoonlijkheid voorts geen vereiste is om als inhoudingsplichtige in de zin van de Wet te kunnen worden aangemerkt, staat eiser naar het oordeel van de rechtbank in dienstbetrekking tot het Ministerie. Het andersluidende standpunt van eiser moet daarom worden verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb4141e183df09a72ef5c675bc04e2c7cb4e4733a46b87618990c2cbf24ac90c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb4141e183df09a72ef5c675bc04e2c7cb4e4733a46b87618990c2cbf24ac90c, en de alinea staat in dat document op bytes 9410 tot 10571.