Citaat | Rechtbank Noord-Holland 28 oktober 2016

Alinea 44 Rechtbank Noord-Holland 28 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 28 oktober 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:9942.

15. Dat niet de inhoudingsplichtige zelf (zijnde het Ministerie) maar de Minister in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan de dwangsom heeft verbeurd, doet aan het voorgaande niet af. In geschillen als de onderwerpelijke tussen een (militair) ambtenaar en het Ministerie treedt namens laatstgenoemde ingevolge het (militair) ambtenarenrecht immers de Minister op als procespartij (en dus niet het Ministerie zelf). Voor toepassing van de Wet moeten de Minister en de inhoudingsplichtige dan ook worden vereenzelvigd. Van een situatie als aan de orde in het door eiser in zijn subsidiaire standpunt aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 10 augustus 2001, nr. 36061, ECLI:NL:HR:2001:AB3150, BNB 2001/354, is dan ook geen sprake aangezien het in dit arrest ging om een voordeel dat werd genoten van derden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb4141e183df09a72ef5c675bc04e2c7cb4e4733a46b87618990c2cbf24ac90c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb4141e183df09a72ef5c675bc04e2c7cb4e4733a46b87618990c2cbf24ac90c, en de alinea staat in dat document op bytes 16396 tot 17213.