Citaat | Rechtbank Noord-Holland 6 december 2017
Alinea 39 Rechtbank Noord-Holland 6 december 2017
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 6 december 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:10270.
Aan de vordering legt Dexia, samengevat, ten grondslag dat [gedaagde] een vordering op haar pretendeert en de verjaring van die vordering heeft gestuit, maar niet motiveert waarom hij meent een vordering op Dexia te hebben. Dexia heeft er daarom recht op en belang bij dat in rechte wordt vastgesteld dat [gedaagde] geen vordering op haar heeft in verband met de overeenkomst (art. 3:302 BW). Indien en voor zover de rechtbank zou oordelen dat er ten aanzien van de overeenkomst sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last, heeft [gedaagde] recht op 2/3e deel van de netto betaalde inleg. Dexia heeft haar vordering (voorwaardelijk) aangepast in die zin dat voor recht wordt verklaard dat zij in verband met de overeenkomst niet méér aan [gedaagde] verschuldigd is dan voortvloeit uit het Hofmodel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce0d017aff58324bd794776c9a8f0e8f2fd249e7ad260d578f9325b5d9a01f10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce0d017aff58324bd794776c9a8f0e8f2fd249e7ad260d578f9325b5d9a01f10, en de alinea staat in dat document op bytes 11861 tot 12687.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce0d017aff58324bd794776c9a8f0e8f2fd249e7ad260d578f9325b5d9a01f10 | shasum -a 256