Citaat | Rechtbank Noord-Holland 1 december 2017
Alinea 199 Rechtbank Noord-Holland 1 december 2017
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 1 december 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:11359.
45. Voor zover verweerder meent dat de convertible instruments moeten worden aangemerkt als een schijnlening, oordeelt de rechtbank als volgt. Gelet op het bovenvermelde toetsingskader ligt het op de weg van verweerder om te bewijzen dat in weerwil van de schriftelijke overeenkomsten (de voorwaarden van de convertible instruments) de wil van eiseres en die van de houders van de converteerbare obligatieleningen (de FCPR’s en [F BEDRIJF] ) was gericht op het verschaffen van kapitaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7c171fab579654c854e27566c4b16aa19e53c878a597ea5099c41f1a8bbbf05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7c171fab579654c854e27566c4b16aa19e53c878a597ea5099c41f1a8bbbf05, en de alinea staat in dat document op bytes 65049 tot 65551.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7c171fab579654c854e27566c4b16aa19e53c878a597ea5099c41f1a8bbbf05 | shasum -a 256