Citaat | Rechtbank Noord-Holland 17 maart 2017

Alinea 76 Rechtbank Noord-Holland 17 maart 2017

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 17 maart 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:2008.

19. Eiser heeft voorts bepleit dat “verweerder niet-ontvankelijk is in zijn verzoek om voortzetting van de procedure respectievelijk in zijn verweer”. De rechtbank overweegt dat voor de door eiser bepleite niet-ontvankelijkverklaring geen plaats is in het belastingrecht. De rechtbank is gehouden uitspraak te doen op een bij haar ingesteld beroep, tenzij dat beroep nadien wordt ingetrokken. Daarvan is hier geen sprake. Indien de rechtbank uitspraak doet, dient de uitspraak te strekken tot een van de vier in artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) vervatte dicta. Voor zover eiser bedoelt te betogen dat het door verweerder gevoerde verweer geheel buiten beschouwing moet worden gelaten, ziet de rechtbank daartoe geen aanleiding. Dat zou immers in strijd komen met het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor. Dat verweerder volgens eiser eerder gemaakte afspraken niet is nagekomen, hetgeen overigens door verweerder wordt betwist, maakt het voorgaande niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c69cd2d7c0484e2894da4235e771ddea11f87246b7f9300d29b5f32f2f58da8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c69cd2d7c0484e2894da4235e771ddea11f87246b7f9300d29b5f32f2f58da8b, en de alinea staat in dat document op bytes 21398 tot 22417.