Citaat | Rechtbank Noord-Holland 23 maart 2017

Onder 5.29. Rechtbank Noord-Holland 23 maart 2017

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 23 maart 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:2592.

Hiervoor is geoordeeld dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Daaruit volgt echter niet zonder meer dat ook geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de [verweerster] . Hoewel in de praktijk een dringende reden ook vaak ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer zal opleveren, en omgekeerd, moeten beide begrippen onderscheiden worden en vallen zij niet altijd samen. Een dringende reden kan immers ook worden aangenomen als geen sprake is van verwijtbaarheid bij de werknemer, terwijl dat bij ernstig verwijtbaar handelen uiteraard anders ligt (zie: HR 3 maart 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB8339, NJ 1989/549 ( Choaibi/NS ) en HR 29 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7282, JAR 2000/223 ( Nutricia )). Ook in de wetgeschiedenis van de Wet werk en zekerheid is benadrukt dat bewust onderscheid is gemaakt tussen de begrippen ernstige verwijtbaarheid en dringende reden, en dat een situatie die tot een dringende reden leidt niet altijd gepaard hoeft te gaan met verwijtbaarheid ( Kamerstukken II , 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 112 en Kamerstukken I , 2013-2014, 33 818, nr. 32-14, pag. 14). Verder dienen bij de beoordeling van een dringende reden alle omstandigheden te worden meegewogen, waaronder de wijze van functioneren van de werknemer, de persoonlijke omstandigheden en de gevolgen van het ontslag, terwijl bij de vraag of sprake is van ernstige verwijtbaarheid de nadruk naar het oordeel van de kantonrechter behoort te liggen op de beoordeling van het handelen of nalaten van de werknemer dat tot ontbinding heeft geleid, zonder dat daarbij eerdergenoemde overige omstandigheden (hoeven te) worden betrokken. In de literatuur is ervoor gepleit om geen onderscheid (meer) te maken tussen een dringende reden en ernstige verwijtbaarheid, in die zin dat ook voor het aannemen van een dringende reden voortaan ernstige verwijtbaarheid als vereiste wordt gesteld, teneinde onnodige complexiteit van het ontslagrecht te voorkomen (zie: E. Verhulp, Een transitievergoeding na een terecht gegeven ontslag op staande voet?, TvO 2017/1). De kantonrechter begrijpt dat pleidooi, maar ziet daarvoor gelet op het wettelijk kader, de hiervoor aangehaalde wetsgeschiedenis en vaste rechtspraak van de Hoge Raad geen ruimte. Het is aan de wetgever om, indien gewenst, het onderscheid tussen een dringende reden en ernstige verwijtbaarheid weg te nemen, niet aan de (kanton)rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d25e783a4364cca89def0be3241fb1f20367caedc9ebaf0e68a86ce90f0f66d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d25e783a4364cca89def0be3241fb1f20367caedc9ebaf0e68a86ce90f0f66d6, en de alinea staat in dat document op bytes 34260 tot 36847.