Citaat | Rechtbank Noord-Holland 21 juli 2017

Onder 5.6. Rechtbank Noord-Holland 21 juli 2017

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 21 juli 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:6262.

Ook de verwijten ten aanzien van de mediation en de gebeurtenissen op 10 april 2015 kunnen niet slagen. Bij brief van 7 april 2015 had [werkgever] aangegeven aan mediation mee te zullen werken. Verder volgt uit de overgelegde e-mail van [betrokkene 3] aan [betrokkene 2] van 10 april 2015, dat [werkneemster] niet in gesprek heeft willen gaan met [betrokkene 3] toen deze aangaf dat het de bedoeling was juist op die dag het tijdpad waarin de opbouw van de werkzaamheden stond beschreven samen met [werkneemster] concreet te invullen en vast te stellen. [werkneemster] is na een paar minuten vertrokken. Dat [werkgever] in dezen ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld is niet gebleken (zie ook het deskundigenoordeel hieromtrent). Uit het logboek van de bedrijfsarts volgt dat de mediation niet tot een oplossing heeft geleid en dat [werkneemster] graag het tweede spoor wil starten. Partijen hebben daarover vervolgens afspraken gemaakt. [werkgever] heeft daarvoor een extern bureau ingeschakeld. Ook is psychologische ondersteuning ingekocht. In 2016 is nogmaals een mediationtraject gestart. Dat dit traject door ernstig verwijtbaar handelen van [werkgever] is vastgelopen, is niet komen vast te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/332bc87e36e19578cff4a932e73da7c786f2de6aeb2b1d99a2b13dbe7c00f164. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 332bc87e36e19578cff4a932e73da7c786f2de6aeb2b1d99a2b13dbe7c00f164, en de alinea staat in dat document op bytes 41395 tot 42627.