Citaat | Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018

Onder 4.2 Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:10749.

Op basis van het vorenstaande meent de raadsman dat de verklaring van verdachte omtrent zijn relatie met [slachtoffer] noch vanwege het tijdstip waarop deze is afgelegd, noch vanwege de inhoud van zijn eerdere verklaring, als ongeloofwaardig terzijde kan worden geschoven. Ook de inhoud van de opgenomen gesprekken die verdachte in de penitentiaire inrichting met zijn vrouw en dochters heeft gevoerd (OVC-gesprekken) biedt geen steun aan de stelling dat zijn ter terechtzitting afgelegde verklaring ongeloofwaardig moet worden geacht. Verdachte heeft hierin zelf op geen enkele wijze aangegeven van plan te zijn niet overeenkomstig de waarheid te verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9756dff067b9ea282d7f29ba03680cc6ba5f7f92892d5126dd9ceb5932ae745. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9756dff067b9ea282d7f29ba03680cc6ba5f7f92892d5126dd9ceb5932ae745, en de alinea staat in dat document op bytes 44942 tot 45616.