Citaat | Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018
Onder 7.3 Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:10749.
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. In de nacht van 7 op 8 juni 1992 heeft verdachte de 19-jarige [slachtoffer] , die na een feestje op weg was naar huis, gedwongen tot seksueel contact. Dat dit gepaard is gegaan met excessief geweld blijkt uit de vele (ernstige) verwondingen die het slachtoffer heeft opgelopen. Verdachte heeft [slachtoffer] vervolgens gedood door haar meermalen in de hals te steken/snijden, om te zorgen dat zijn daden ongestraft zouden blijven. Aldus heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan één van de ergste strafbare feiten die het Wetboek van Strafrecht kent, namelijk gekwalificeerde doodslag. [slachtoffer] moet de laatste momenten van haar leven onvoorstelbaar bang zijn geweest en pijn hebben gehad, en dat omdat verdachte zijn eigen lustgevoelens niet in bedwang kon houden en daarover vervolgens geen verantwoording af wilde leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9756dff067b9ea282d7f29ba03680cc6ba5f7f92892d5126dd9ceb5932ae745. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9756dff067b9ea282d7f29ba03680cc6ba5f7f92892d5126dd9ceb5932ae745, en de alinea staat in dat document op bytes 69999 tot 70916.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9756dff067b9ea282d7f29ba03680cc6ba5f7f92892d5126dd9ceb5932ae745 | shasum -a 256