Citaat | Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018

Onder 8 Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:10749.

Uit de bewezenverklaring volgt dat het ten laste gelegde feit is begaan vóór inwerkingtreding van de Wet van 23 december 1992, de zogenaamde Wet Terwee. Ingevolge artikel IX van de Wet is deze niet van toepassing op strafbare feiten begaan vóór inwerkingtreding. Dit betekent dat de vordering moet worden beoordeeld op de grondslag van de wettelijke bepalingen die vóór 1 april 1995 hebben gegolden, met name artikel 332 (oud) Sv en artikel 56 (oud) van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). Deze bepalingen houden achtereenvolgens in dat de benadeelde (beledigde) partij haar vordering ter terechtzitting kan doen en dat de vordering slechts tot een bedrag van f 1.500,00 kan worden gedaan. Omgerekend is dit een bedrag van € 680,67.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9756dff067b9ea282d7f29ba03680cc6ba5f7f92892d5126dd9ceb5932ae745. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9756dff067b9ea282d7f29ba03680cc6ba5f7f92892d5126dd9ceb5932ae745, en de alinea staat in dat document op bytes 76704 tot 77466.