Citaat | Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018

Onder 4.1 Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 11 december 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:10749.

De officier van justitie houdt verdachte aan zijn eerste verklaring zoals hij deze bij de politie heeft afgelegd en die hij bij de rechter-commissaris heeft bevestigd, welke verklaring als authentiek dient te worden aangemerkt. Bovendien vindt deze verklaring op bepaalde punten steun in de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] . De latere verklaring van verdachte, eerst ter terechtzitting van 19 november 2018 afgelegd, dat hij een geheime seksuele relatie met [slachtoffer] heeft gehad in de maanden voor haar dood en in dat kader vrijwillig seksueel contact met haar heeft gehad op 5 of 6 juni 1992, is volgens de officier van justitie volstrekt ongeloofwaardig en wordt op geen enkele wijze ondersteund. Verder is uit de gesprekken die verdachte in de penitentiaire inrichting heeft gevoerd met zijn vrouw en dochters, welke zijn opgenomen, op te maken dat hij van meet af aan bezig is geweest met het verzinnen van leugenachtige scenario’s.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9756dff067b9ea282d7f29ba03680cc6ba5f7f92892d5126dd9ceb5932ae745. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9756dff067b9ea282d7f29ba03680cc6ba5f7f92892d5126dd9ceb5932ae745, en de alinea staat in dat document op bytes 39818 tot 40787.