Citaat | Rechtbank Noord-Holland 28 februari 2018

Onder 4.3 Rechtbank Noord-Holland 28 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 28 februari 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:1282.

Ten aanzien van de erfenis overweegt het hof als volgt. [X] heeft al in zijn eerste verhoor op de dag van de inval en [C] in zijn tweede verhoor, de dag na de inval, over uit erfenis ontvangen geldbedragen verklaard. De verklaringen van de verdachten worden onderbouwd door het fiscaal verantwoorden van een plotselinge toename van het privévermogen van de verdachten. Uit het dossier blijkt dat [X] in zijn belastingaangifte over 2007 melding heeft gemaakt van een toename van zijn box 3 vermogen met ongeveer € 160.000 (PV bevindingen informatie Belastingdienst opgenomen als bijlage bij PV zaaksdossier B, na p. 281). Ook [C] en zijn partner [D] geven in hetzelfde jaar een gezamenlijke vermogenstoename op van ongeveer € 160.000. Op grond van de verklaringen van de verdachten (vanaf het eerste begin) en de gegevens van de Belastingdienst is het hof van oordeel dat het aannemelijk is dat de verdachten over voldoende vermogen, voortgekomen uit een erfenis, nog afgezien van eventuele gelden uit een project in Bulgarije, hebben kunnen beschikken om bedoelde leningen aan de vof ter beschikking hebben kunnen stellen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d2c5cc38c247def7a80e1f3fcc958276667fe971e6dd9e035c45eccfc6714d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d2c5cc38c247def7a80e1f3fcc958276667fe971e6dd9e035c45eccfc6714d4, en de alinea staat in dat document op bytes 46658 tot 47801.