Citaat | Rechtbank Noord-Holland 28 februari 2018
Onder 23.1. Rechtbank Noord-Holland 28 februari 2018
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 28 februari 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:1282.
Ingevolge artikel 16, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) geldt als hoofdregel dat indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, de inspecteur de te weinig geheven belasting kan navorderen. De tweede volzin van dit artikellid bevat – voor zover hier van belang – een uitzondering op die hoofdregel, inhoudende dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, geen grond voor navordering kan opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d2c5cc38c247def7a80e1f3fcc958276667fe971e6dd9e035c45eccfc6714d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d2c5cc38c247def7a80e1f3fcc958276667fe971e6dd9e035c45eccfc6714d4, en de alinea staat in dat document op bytes 52891 tot 53580.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d2c5cc38c247def7a80e1f3fcc958276667fe971e6dd9e035c45eccfc6714d4 | shasum -a 256