Citaat | Rechtbank Noord-Holland 28 februari 2018

Onder 24.2. Rechtbank Noord-Holland 28 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 28 februari 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:1282.

34. Op grond van al het vorenoverwoge is de rechtbank van oordeel dat het vermoeden van verweerder dat omzet niet zou zijn aangegeven en dat onjuiste aangiftes zijn gedaan, door eiser is ontzenuwd. Dat betekent dat niet kan worden gezegd dat de vereiste aangiftes niet zijn gedaan. Omkering en verzwaring van de bewijslast is derhalve niet aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d2c5cc38c247def7a80e1f3fcc958276667fe971e6dd9e035c45eccfc6714d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d2c5cc38c247def7a80e1f3fcc958276667fe971e6dd9e035c45eccfc6714d4, en de alinea staat in dat document op bytes 62393 tot 62759.