Citaat | Rechtbank Noord-Holland 17 april 2018
Onder 6.8. Rechtbank Noord-Holland 17 april 2018
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 17 april 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:3264.
De rechtbank kan uit de door [verzoeker] overgelegde e-mail van [XXX] van 29 juni 2017, gericht aan [verzoeker], [yyy] en [ZZZ] (hierna: [ZZZ]), Hoofd Laboratorium, niet anders afleiden dan dat toen al bekend was dat de betreffende tests mislukt waren, althans dat daarbij een serieus probleem aan de orde was. [XXX] meldt immers in die e-mail dat de tests niet voldeden aan de daaraan gestelde eisen en verzoekt [verzoeker] te bedenken hoe alsnog aan de eisen voor een juiste test kon worden voldaan. [verzoeker] heeft daarop diezelfde dag geantwoord dat hij dat ging uitzoeken. Hieruit volgt dat alle betrokken partijen in juni 2017 kennelijk al op de hoogte waren van het mislukken van de tests. Voor zover MEA-NL [verzoeker] verwijt dat hij haar niet heeft geïnformeerd over het mislukken van de tests, kan zij daarin in ieder geval niet worden gevolgd waar het gaat om de periode rond juni 2017. MEA-NL was daarvan immers zelf al op de hoogte via [XXX].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e289bdc824ffe477c61074f3321199125ec0d4f4d01eaea4bdb25c3d84631c7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e289bdc824ffe477c61074f3321199125ec0d4f4d01eaea4bdb25c3d84631c7e, en de alinea staat in dat document op bytes 49516 tot 50488.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e289bdc824ffe477c61074f3321199125ec0d4f4d01eaea4bdb25c3d84631c7e | shasum -a 256