Citaat | Rechtbank Noord-Holland 17 april 2018
Onder 5.2. Rechtbank Noord-Holland 17 april 2018
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 17 april 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:3264.
De rechtbank overweegt dat hij op grond van artikel 2:241 BW bevoegd is om over de vorderingen van [verzoeker] te oordelen en niet de kantonrechter, omdat het in deze zaak gaat om de (arbeids)overeenkomst tussen MEA-NL en [verzoeker] als bestuurder van MEA-NL (zie ook: Hoge Raad, 17 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1887 en NJ 1996/142 ( Atlantic Nominees )). De kantonrechter heeft de zaak daarom in een mondelinge uitspraak van 20 februari 2018 verwezen naar de rechtbank, sectie Handel en Insolventie. De vorderingen en verzoeken van [verzoeker], en de tegenverzoeken van MEA-NL, kunnen op grond van artikel 7:686a lid 2 en 3 BW bij verzoekschrift worden ingediend, zoals [verzoeker] en MEA-NL hebben gedaan, omdat deze mede zijn gebaseerd op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst dan wel daarmee voldoende verband houden. De verschillende wijzigingen van de verzoeken en tegenverzoeken zijn toelaatbaar, omdat partijen over en weer voldoende gelegenheid hebben gehad daarop te reageren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e289bdc824ffe477c61074f3321199125ec0d4f4d01eaea4bdb25c3d84631c7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e289bdc824ffe477c61074f3321199125ec0d4f4d01eaea4bdb25c3d84631c7e, en de alinea staat in dat document op bytes 16379 tot 17422.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e289bdc824ffe477c61074f3321199125ec0d4f4d01eaea4bdb25c3d84631c7e | shasum -a 256