Citaat | Rechtbank Noord-Holland 26 april 2018

Onder 46.2. Rechtbank Noord-Holland 26 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 26 april 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:3408.

Eiseres weerspreekt dat sprake is geweest van EFP-transacties en stelt dat zij niet wist en ook niet kon weten wie de wederpartij was bij de transacties. Zij stelt dat de NPA’s in zoverre niet zijn gevolgd en dat dit geen wezenlijke afwijking van de NPA’s impliceert. Een EFP-transactie is een transactie waarbij de koper, tegelijk met de aankoop van aandelen, in één transactie met dezelfde wederpartij een short future aangaat. Dat impliceert dat twee partijen rechtstreeks met elkaar contracteren. Eiseres stelt dat zij de aandelen heeft gekocht van [A BEDRIJF] en dat [A BEDRIJF] deze op haar beurt heeft aangekocht van Nederlandse financiële instellingen. [A BEDRIJF] is een zogenoemde interdealer broker, waarbij op eigen naam wordt gehandeld en waarbij de achterliggende partijen anoniem blijven, zo heeft eiseres uiteengezet. [A BEDRIJF] heeft dan ook geen informatie verstrekt over de identiteit van de wederpartijen, zo stelt eiseres. ‘Riskless principal’ wil in dit verband zeggen dat [A BEDRIJF] optrad als partij en niet als agent. Dat [A BEDRIJF] geen koersrisico liep omdat zij pas verplichtingen aanging wanneer zij zich ervan had verzekerd dat zij zelf over de aandelen kon beschikken, brengt hierin volgens eiseres geen verandering. Voorts betekent ‘execution only’ volgens eiseres slechts dat [A BEDRIJF] bij de transacties geen advies heeft gegeven over de waarde en de risico’s verbonden aan de investering in aandelen. Ter onderbouwing van deze stellingen heeft eiseres een memorandum verstrekt van [I BEDRIJF] van 7 september 2017. Eiseres heeft ter ondersteuning van deze stellingen voorts gewezen op de formele bevestigingen van de transacties die zij heeft verkregen van [A BEDRIJF] ( [A BEDRIJF] -slips) en een verklaring van 22 mei 2015 van [A BEDRIJF] UK Limited, de rechtsopvolger van [A BEDRIJF] , ertoe strekkende dat de wederpartij niet bekend werd gemaakt. [D BEDRIJF] heeft de verkoop van futures - namens eiseres - afgestemd met (onder andere) [B BANK] N.V., zo stelt eiseres. [A BEDRIJF] was niet betrokken bij de futurestransacties, zodat volgens eiseres geen sprake is geweest van een ruil met dezelfde partij. Eiseres stelt dat zij en [D BEDRIJF] niet wisten en ook niet konden weten van wie [A BEDRIJF] de aandelen had gekocht, dat zij [A BEDRIJF] specifiek had gevraagd alleen in te kopen bij Nederlandse partijen en dat [A BEDRIJF] heeft verklaard dit te doen. Met deze aanvullende eis verschafte eiseres zich, naar zij stelt, zekerheid dat zij niet ongewild betrokken raakte bij dividendstripping en dat de aandelen afkomstig waren van instituten met dezelfde positie ten aanzien van verrekening van dividendbelasting als zijzelf. Eiseres betwist voorts dat uit de door verweerder bij zijn eerste 10-dagenstuk gevoegde informatie uit derdenonderzoeken volgt dat er direct contact is geweest tussen [H BEDRIJF] B.V. (hierna: [H BEDRIJF] ) enerzijds en eiseres of [D BEDRIJF] anderzijds. Volgens eiseres bevestigen die stukken juist dat zij de aandelen kocht van [A BEDRIJF] en dat [A BEDRIJF] deze aandelen kocht van een Nederlandse financiële instelling. Eiseres heeft daarnaast in haar reactie op het eerste 10-dagenstuk van verweerder (nogmaals) een uitgebreide beschrijving gegeven van de gang van zaken rond de aankoop van de aandelen en de verkoop van de futures. Zij betoogt onder meer dat niet bekend was dat genoemde [J] juist voor - de met [B BANK] N.V. gelieerde vennootschap - [H BEDRIJF] optrad. Eiseres wijst er voorts op dat het goed mogelijk is dat de wederpartij van de futures dezelfde is als de wederpartij met betrekking tot de aandelen; ook de wederpartij zal proberen tegenovergestelde posities te hedgen. De futurestransactie die eiseres aanging, creëerde zo indirect het aanbod van de aandelen die zij nodig had om haar positie te hedgen, zonder dat daarbij enige overeenkomst of afstemming vooraf nodig was met de verkoper van de aandelen. Dit brengt volgens eiseres echter niet met zich dat zij wist wie de betrokken wederpartij was. Er kwam volgens eiseres met betrekking tot de futures hoe dan ook nooit een overeenkomst tot stand tussen eiseres en [H BEDRIJF] ; beide partijen hadden elk (indirect via [D BEDRIJF] en [B BANK] N.V.) slechts een rechtsverhouding tot de beurs. Er was dus geen sprake van ruil van aandelen voor futures met één enkele wederpartij, althans niet voor zover zij wist, aldus het betoog van eiseres.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39d2a006593d4a1c44d7c16cb33b7d0d179a4bcaaa04a86d38dea5382e3cd013. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39d2a006593d4a1c44d7c16cb33b7d0d179a4bcaaa04a86d38dea5382e3cd013, en de alinea staat in dat document op bytes 81614 tot 86044.