Citaat | Rechtbank Noord-Holland 26 april 2018
Onder 48.4. Rechtbank Noord-Holland 26 april 2018
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 26 april 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:3408.
82. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van dividendstripping in de zin van genoemde bepaling neemt de rechtbank in aanmerking dat er geen informatiebeschikking (meer) is en dat niet op voorhand kan worden gezegd dat de vereiste aangifte Vpb 2007/2008 niet is gedaan. Voor zover verweerder meent dat de bewijslast op andere gronden moet worden omgekeerd, namelijk omdat hij meent door toedoen van eiseres in een nadelige bewijspositie te zijn geraakt, vindt zulks geen steun in het bepaalde in artikel 27e van de AWR en evenmin in enige andere rechtsregel. Derhalve is omkering van de bewijslast niet aan de orde. De bewijslast van de maatregel ligt bij verweerder, dat wil zeggen dat hij aannemelijk moet maken dat sprake is van dividendstripping zoals gedefinieerd in de maatregel. Bij de beoordeling neemt de rechtbank voorts in aanmerking dat de wetgever in de memorie van toelichting bij artikel 25 van de Wet Vpb heeft opgemerkt dat de maatregel in zijn praktische toepassing slechts gericht zal zijn tegen evidente vormen van dividendstripping (Kamerstukken II, 2000/2001, 27 896, nr. 3, p. 8):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39d2a006593d4a1c44d7c16cb33b7d0d179a4bcaaa04a86d38dea5382e3cd013. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39d2a006593d4a1c44d7c16cb33b7d0d179a4bcaaa04a86d38dea5382e3cd013, en de alinea staat in dat document op bytes 139290 tot 140413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39d2a006593d4a1c44d7c16cb33b7d0d179a4bcaaa04a86d38dea5382e3cd013 | shasum -a 256