Citaat | Rechtbank Noord-Holland 26 april 2018

Onder 83.2. Rechtbank Noord-Holland 26 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 26 april 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:3408.

86. Het betoog van verweerder berust op veronderstellingen die niet dan wel onvoldoende zijn onderbouwd. Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft aangevoerd om aan te nemen dat [B BANK] N.V. dan wel [H BEDRIJF] binnen het bereik van artikel 25, tweede lid, van de Wet Vpb zouden vallen indien zij de aandelen zelf zouden hebben gehouden. Met name valt niet in te zien dat [H BEDRIJF] de aandelen op haar beurt heeft ingeleend van beperkt verrekeningsgerechtigde partijen. De enkele stelling dat de aandelen werden ingeleend van buitenlandse partijen acht de rechtbank onvoldoende voor die conclusie, ook indien wordt aangenomen dat in het kader van voorkoming van dubbele belasting in de landen waar deze partijen zouden zijn gevestigd, een beperking geldt die vergelijkbaar is met de zogenoemde ‘tweede limiet’ als bedoeld in artikel 36 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39d2a006593d4a1c44d7c16cb33b7d0d179a4bcaaa04a86d38dea5382e3cd013. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39d2a006593d4a1c44d7c16cb33b7d0d179a4bcaaa04a86d38dea5382e3cd013, en de alinea staat in dat document op bytes 145571 tot 146509.