Citaat | Rechtbank Noord-Holland 29 januari 2018

Alinea 95 Rechtbank Noord-Holland 29 januari 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 29 januari 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:519.

13. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 23 juni 2017, nr. 16/00967, ECLI:NL:HR:2017:1131 beslist dat voor de vraag of sprake is van huurwoningen in de zin van artikel 2, aanhef en onderdeel a, van de Wet VVH, aansluiting moet worden gezocht bij het huurbegrip van artikel 7:201 van het BW. Naar het oordeel van de rechtbank moet sprake zijn van een voldoende bepaalbare tegenprestatie voor het in gebruik krijgen van de desbetreffende woning welke verband houdt met het woongenot dat de bewoner geacht kan worden aan de in gebruik gegeven woning te ontlenen en die niet van elke reële betekenis is ontbloot en moet de bewoner zich jegens eiseres hebben verplicht de in gebruik gegeven woning zelfstandig en als hoofdverblijf te blijven bewonen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd89e8f8f5c49577c620cabd9e36e75fe21242c4057fe3b6cbb40b221a84f122. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd89e8f8f5c49577c620cabd9e36e75fe21242c4057fe3b6cbb40b221a84f122, en de alinea staat in dat document op bytes 21140 tot 21901.