Citaat | Rechtbank Noord-Holland 29 januari 2018

Alinea 97 Rechtbank Noord-Holland 29 januari 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 29 januari 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:519.

15. De rechtbank is van oordeel dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat objectieve criteria bepalend zijn voor de vraag of al dan niet sprake is van een ‘voor verhuur bestemde woning' als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, van de Wet VHH (zie onderdeel 7.1 van de conclusie van de Advocaat-Generaal bij voormeld arrest van 23 juni 2017). Er is sprake van een ‘voor verhuur bestemde woning' als het betreffende object op de peildatum feitelijk wordt verhuurd in de zin van artikel 7:201 van het BW. De (subjectieve) bestemming die de eigenaar op de peildatum aan de desbetreffende woning heeft gegeven en de duur van de verhuur van de woning zijn voor de invulling van voormeld criterium niet van belang (vgl. de uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 31 augustus 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:5470, onder rechtsoverweging 4.9 en 4.10). Gelet hierop moet het andersluidende standpunt van eiseres worden verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd89e8f8f5c49577c620cabd9e36e75fe21242c4057fe3b6cbb40b221a84f122. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd89e8f8f5c49577c620cabd9e36e75fe21242c4057fe3b6cbb40b221a84f122, en de alinea staat in dat document op bytes 22359 tot 23304.