Citaat | Rechtbank Noord-Holland 12 juli 2018

Alinea 32 Rechtbank Noord-Holland 12 juli 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 12 juli 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:5865.

15. Nu de rechtbank een immateriële schadevergoeding aan eiseres heeft toegekend vanwege overschrijding van de redelijke termijn, is er aanleiding verweerder op de voet van artikel 8:75 van de Awb en het bepaalde in rechtsoverweging 3.14.2 van het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 501 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 501 en een factor 0,5 voor het gewicht van de zaak nu verweerder slechts wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres omdat aan haar een vergoeding voor immateriële schade wordt toegekend (vgl. Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:660). Voor een vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten bestaat geen aanleiding, aangezien de uitspraak op bezwaar volledig in stand is gebleven (aldus Hoge Raad 20 maart 2015).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d7fae6c6582b2aeb62b92c7172cb173ed3e862efd1b05e4ce76756137f6cd6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d7fae6c6582b2aeb62b92c7172cb173ed3e862efd1b05e4ce76756137f6cd6b, en de alinea staat in dat document op bytes 15657 tot 16745.