Citaat | Rechtbank Noord-Holland 25 juli 2018
Onder 4.15. Rechtbank Noord-Holland 25 juli 2018
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 25 juli 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:6301.
De rechtbank deelt deze opvatting van [eiser] niet. De vraag hoe ruim of eng de uit art 32 lid 4 van de Prvs voortvloeiende weigeringsbevoegdheid is, hangt af van de inhoud van de verordening en niet van de opstelling van GS destijds in de procedure rondom de vaststelling van het bestemmingsplan. De omstandigheid dat uit de Prvs volgt dat tegen plaatsing van windturbines in een strook langs de weg geen bezwaar bestaat, terwijl plaatsing op de locatie die [eiser] voor ogen had aan ontheffing is onderworpen betekent niet meer of anders dan dat de provinciale wetgever in abstracto een onderscheid heeft gemaakt tussen locaties waar windturbineparken zonder meer kunnen worden geplaatst en locaties waarvoor dit afhangt van een nadere afweging van de betrokken belangen. Daarbij komt dat de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing voor GS niet onbegrensd is, maar op grond van artikel 4.1a van de Wro is beperkt tot uitzonderingssituaties, namelijk tot die gevallen waarin de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de provinciale belangen die worden gediend met de in Prvs neergelegde regels.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cafd9da5567694670f3739578341ab5933237a1470fcdd636816b7205185b66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cafd9da5567694670f3739578341ab5933237a1470fcdd636816b7205185b66, en de alinea staat in dat document op bytes 93726 tot 94933.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0cafd9da5567694670f3739578341ab5933237a1470fcdd636816b7205185b66 | shasum -a 256