Citaat | Rechtbank Noord-Holland 23 augustus 2018

Onder 5.5 Rechtbank Noord-Holland 23 augustus 2018

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 23 augustus 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:7404.

Naar het oordeel van de rechtbank is afdoende komen vast te staan dat [naam 3] , ondanks de inschrijving in de BRP op het adres [adres 2] te [plaats] , in elk geval in periode van eind januari 2017 tot en met half maart 2017 niet daar maar in het recreatieverblijf haar hoofdverblijf hield. Daarbij acht de rechtbank met name de verklaringen van [naam 3] , [naam 1] , en [naam 4] van belang. [naam 1] spreekt in zijn verklaring zoals opgetekend van een tussenoplossing voor [naam 3] . [naam 3] zelf noemt in haar verklaring het verblijf een overbrugging van de ene naar de andere woning. In de verklaring van [naam 4] staat dat [naam 3] soms bij haar op het BRP-adres verbleef en soms niet. Bovendien was er geen huurcontract, betaalde [naam 3] geen huur, deelde zij niet in de kosten van de huishouding en beschikte [naam 3] daar niet over privé ruimtes. Deze verklaringen worden vervolgens ondersteund door de waarnemingen en overige bevindingen van de toezichthouder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5663a1dce4e80b2a625e6d339f9c7f656972a343164ac9b92516c9529e3dbc6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5663a1dce4e80b2a625e6d339f9c7f656972a343164ac9b92516c9529e3dbc6a, en de alinea staat in dat document op bytes 16900 tot 17885.