Citaat | Rechtbank Noord-Holland 3 april 2019

Onder 4.4. Rechtbank Noord-Holland 3 april 2019

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 3 april 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:3019.

Artikel 3:105 lid 1 BW bepaalt dat hij die een goed bezit op het tijdstip waarop de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt voltooid, dat goed verkrijgt, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw. Deze verjaringstermijn bedraagt op grond van artikel 3:306 BW twintig jaar. De dagvaarding van [eisers] dateert van 13 maart 2018. Gelet op de, door [eisers] niet betwiste, verklaring van [gedaagde 2] tijdens de mondelinge behandeling, inhoudende dat zij samen met [gedaagden] kort na levering van de [adres 2] op 14 februari 1997 een roodbruin hek aan de voorzijde en een schutting aan de achterzijde heeft geplaatst, heeft deze situatie ten tijde van de dagvaarding reeds meer dan twintig jaren bestaan. Uitgaande van de datum van de afgedrukte foto’s van 23 juni 1997, zoals door [gedaagden] overgelegd, was de verjaringstermijn (uiterlijk) op 24 juni 2017 voltooid. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat [gedaagden] ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding de bewuste strook grond reeds in eigendom had verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f0771fc3ad238d690c8d6f6225fc22b015742d7ad6e798e334d1425eabebf3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f0771fc3ad238d690c8d6f6225fc22b015742d7ad6e798e334d1425eabebf3f, en de alinea staat in dat document op bytes 22216 tot 23320.