Citaat | Rechtbank Noord-Holland 22 april 2020

Onder 2.10. Rechtbank Noord-Holland 22 april 2020

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 22 april 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:3206.

Op grond van de wet bestaat er de mogelijkheid om de verplichting uit de overeenkomst op te schorten indien de wederpartij haar uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting niet nakomt. Deze bevoegdheid mag echter niet het karakter krijgen van een boete, doordat NTI haar prestatie voor onbepaalde tijd opschort zonder na een redelijke termijn over te gaan tot ontbinding van de overeenkomst. De kantonrechter acht een opschortingstermijn van zes maanden redelijk. NTI heeft in februari 2019 opgeschort, dat wil zeggen na ongeveer vijf maanden. Rekening houdend met een toegestane opschortingstermijn van zes maanden, zou [gedaagde] maximaal elf betalingstermijnen verschuldigd kunnen worden. Aangezien in het onderhavige geval de opleiding van [gedaagde] een duur heeft van negen maanden, zal de vordering van NTI worden toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dabcdd8e4ef1f6bbdc7a9e6225011a21cd5dddcb96e62157d541b00c01d5a62d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dabcdd8e4ef1f6bbdc7a9e6225011a21cd5dddcb96e62157d541b00c01d5a62d, en de alinea staat in dat document op bytes 11752 tot 12601.