Citaat | Rechtbank Noord-Holland 17 juli 2020
Alinea 24 Rechtbank Noord-Holland 17 juli 2020
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 17 juli 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:5190.
8. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder, gelet op het door hem overgelegde taxatierapport en hetgeen hij overigens heeft aangevoerd, geslaagd in zijn bewijslast. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank stelt vast dat verweerder de waarde van de woning heeft bepaald volgens de vergelijkingsmethode. De door verweerder in het waarderapport genoemde vergelijkingsobjecten zijn wat type, bouwjaar, ligging en omvang betreft voldoende vergelijkbaar met de woning. In de omstandigheid dat de verkoopdatum van het vergelijkingsobject [c] meer dan een jaar vóór de waardepeildatum is verkocht, ziet de rechtbank geen aanleiding dit object bij de beantwoording van de vraag of de waarde niet te hoog is vastgesteld, buiten beschouwing te laten. Daartoe overweegt de rechtbank dat de verkoopdatum gelegen is op 23 november 2016, dus slechts ongeveer 40 dagen daaraan voorafgaand, verweerder in dit verband ter zitting onweersproken heeft verklaard dat het gaat om hetzelfde type woning als de woning, dat dit vergelijkingsobject in de directe omgeving van de woning is gelegen en dat dit object gelet op de objectkenmerken zeer goed vergelijkbaar is met de woning, terwijl andere verkopen gerealiseerd dichterbij de waardepeildatum minder goed vergelijkbaar waren. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de verkoopprijzen van alle door verweerder aangevoerde vergelijkingsobjecten derhalve dienen ter onderbouwing van de waarde van de woning op de waardepeildatum. Aan de stelling van eiser, onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 12 juni 2018 (ECLI:NL:RBOBR:2018:2951) dat de waarde uitsluitend dient te worden onderbouwd door één vergelijkingsobject, te weten [b] , gaat de rechtbank dan ook voorbij. Daartoe overweegt de rechtbank dat laatstgenoemd object weliswaar zeer goed vergelijkbaar is, maar niet volledig identiek is aan de woning. Zo wijken de inhoud en de kwaliteit van de woning af. Gelet hierop, alsmede gelet op de omstandigheid dat de overige vergelijkingsobjecten, gelet op bouwjaar, inhoud, perceelgrootte en bijgebouwen in hoge mate vergelijkbaar zijn met de woning, is de rechtbank van oordeel dat bij de beantwoording van bovengenoemde vraag, niet slechts van één vergelijkingsobject dient te worden uitgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2be49a459def6ed19882b5c7b94b610d4a56e37fa0b2243f917834a68cffd367. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2be49a459def6ed19882b5c7b94b610d4a56e37fa0b2243f917834a68cffd367, en de alinea staat in dat document op bytes 10445 tot 12749.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2be49a459def6ed19882b5c7b94b610d4a56e37fa0b2243f917834a68cffd367 | shasum -a 256