Citaat | Rechtbank Noord-Holland 5 augustus 2020

Onder 5.4. Rechtbank Noord-Holland 5 augustus 2020

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 5 augustus 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:5805.

Ook voor wat betreft de kapitaals- en onderhoudslasten beroept Pré Wonen zich op de Warmtewet. Deze biedt de mogelijkheid aan de leverancier om de kosten hiervan als onderdeel van de maximale prijs (conform de Warmtewet) aan de huurder als verbruiker in rekening te brengen. Uit artikel 7:237 lid 2 BW, waarop [gedaagde] zich beroept, volgt echter dat deze kosten door de verhuurder moeten worden verdisconteerd in de (kale) huurprijs. Verwarmingsinstallaties moeten (in beginsel) worden gezien als onroerende aanhorigheden als bedoeld in artikel 7:233 BW en behoren daarmee tot het gehuurde. De vergoeding voor het gebruik daarvan maakt dus onderdeel uit van de kale huurprijs. De systematiek van de wet staat er aan in de weg dat die kosten ook of in plaats daarvan in de servicekosten worden begrepen. Een andersluidende regeling in een Besluit Servicekosten is in strijd met (de hogere) wettelijke regel van artikel 7:237 lid 2 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02ac4e0b0c07974e6678e9b2af3b6675302c272d1b6c15c0931b3da8c694fc5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02ac4e0b0c07974e6678e9b2af3b6675302c272d1b6c15c0931b3da8c694fc5d, en de alinea staat in dat document op bytes 20380 tot 21330.