Citaat | Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020
Onder 35.4. Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:807.
39. Voor zover verweerder zich op het standpunt stelt dat de achtergestelde leningen dienen te worden aangemerkt als schijnleningen, oordeelt de rechtbank als volgt. Gelet op het bovenvermelde toetsingskader ligt het op de weg van verweerder om te bewijzen dat in weerwil van de Intercompany Loan Agreements de wil van eiseres en de leningverstrekkers ( [W] Ltd, [Aa] Ltd, [Ab] Ltd en [Ag] Ltd, [Aj] B.V. en later ook de managers) was gericht op het verschaffen van kapitaal. De rechtbank is van oordeel dat de door verweerder genoemde feiten en omstandigheden - ook in onderlinge samenhang bezien - niet leiden tot de conclusie dat de werkelijke bedoeling van eiseres en de achtergestelde leningverstrekkers er niet op was gericht om een lening te verstrekken. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/786d829613f8e665551e606e38ba63346db644a9c7581c02e24f85d05299cbef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 786d829613f8e665551e606e38ba63346db644a9c7581c02e24f85d05299cbef, en de alinea staat in dat document op bytes 105984 tot 106806.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/786d829613f8e665551e606e38ba63346db644a9c7581c02e24f85d05299cbef | shasum -a 256