Citaat | Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020
Onder 35.4. Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:807.
Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 werd voor particuliere beleggers de vermogensrendementsheffing geïntroduceerd. Daardoor werd bij die beleggers de verstrekking van eigen en vreemd vermogen voortaan op dezelfde wijze in de grondslag van box III betrokken. Gevreesd werd dat dit de tendens van het ontwikkelen van producten op het grensvlak van eigen en vreemd vermogen zou kunnen versterken. Omdat de jurisprudentie weinig mogelijkheden bood voor het herkwalificeren van een lening tot eigen vermogen, adviseerde de Studiegroep Vennootschapsbelasting in internationaal perspectief onder voorzitterschap van de oud-staatssecretaris van Economische Zaken mevrouw Van Rooy in het rapport Verbreding en verlichting van 11 juni 2001 (…) tot een nadere wettelijke invulling van de door de Hoge Raad gehanteerde criteria (BNB 1998/208 en BNB 1999/176). Randvoorwaarde daarbij was dat bancaire producten of transacties die niet fiscaal geïndiceerd zijn, zoveel mogelijk ongemoeid zouden worden gelaten en het Nederlandse bedrijfsleven internationaal niet uit de pas zou gaan lopen. Dit heeft geleid tot het opnemen van een bepaling in de Wet Vpb waarin is geregeld dat de vergoeding op een lening niet aftrekbaar is als die lening bepaalde in de wet omschreven kenmerken heeft van eigen vermogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/786d829613f8e665551e606e38ba63346db644a9c7581c02e24f85d05299cbef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 786d829613f8e665551e606e38ba63346db644a9c7581c02e24f85d05299cbef, en de alinea staat in dat document op bytes 121576 tot 122899.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/786d829613f8e665551e606e38ba63346db644a9c7581c02e24f85d05299cbef | shasum -a 256