Citaat | Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020

Onder 70.2. Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:807.

71. Voor zover verweerder met zijn stelling dat de Loan Notes onzakelijk zijn heeft bedoeld te betogen dat die geldverstrekking (in wezen) geen lening maar een kapitaalverstrekking is, verwijst de rechtbank naar hetgeen daaromtrent hierboven inzake schijnlening en deelnemerschapslening is overwogen. Zoals eiseres terecht betoogt, is er niet een vierde uitzondering mogelijk op de regel dat de civielrechtelijke vorm beslissend is voor de kwalificatie van een geldverstrekking als hetzij een lening, hetzij een kapitaalverstrekking. Voor zover verweerder in het kader van de beoordeling van de zakelijkheid van de (voorwaarden van de) leningen betoogt dat een redelijk denkend ondernemer de rentelasten als hier aan de orde niet op zich zou hebben genomen en dat sprake is van aandeelhoudersmotieven, verwijst de rechtbank naar hetgeen hierboven is geoordeeld onder het kopje ‘Zakelijkheid rentelasten (artikel 8 Wet Vpb juncto artikel 3.8 Wet IB 2001)’. Het gaat thans om de vraag of de voorwaarden van de Loan Notes tussen ongelieerde partijen zouden zijn overeengekomen (at arm’s length) dan wel moeten worden aangemerkt als onzakelijke voorwaarden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/786d829613f8e665551e606e38ba63346db644a9c7581c02e24f85d05299cbef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 786d829613f8e665551e606e38ba63346db644a9c7581c02e24f85d05299cbef, en de alinea staat in dat document op bytes 158666 tot 159838.