Citaat | Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020

Onder 2.5.5. Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 10 februari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:807.

118.1. De kosten van [At] ten bedrage van € 480.767 heeft eiseres onvoldoende onderbouwd. [At] heeft de [An] bijgestaan in discussies omtrent de bankfinanciering. De onderliggende factuur van de [An] , correspondentie met de [An] , de legal opinions en het betaalbewijs zijn niet verstrekt. De kosten kunnen eveneens verband houden met genoemde M&A-diensten aan de General Partner. De blote stelling van eiseres dat deze kosten niet zien op kosten gemaakt door [AnA] M&A maar door de kredietverleningsafdeling van [An] uit hoofde van haar rollen als (security) agent en lead arranger van de [AmA] , acht de rechtbank onvoldoende voor een ander oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/786d829613f8e665551e606e38ba63346db644a9c7581c02e24f85d05299cbef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 786d829613f8e665551e606e38ba63346db644a9c7581c02e24f85d05299cbef, en de alinea staat in dat document op bytes 216646 tot 217321.