Citaat | Rechtbank Noord-Holland 21 oktober 2020
Alinea 27 Rechtbank Noord-Holland 21 oktober 2020
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 21 oktober 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:8528.
8. Bij de beoordeling van de vraag of de redelijke termijn is overschreden moet worden aangesloten bij de uitgangspunten als neergelegd in het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252. De termijn vangt als regel aan op het moment waarop verweerder het bezwaarschrift ontvangt. De in aanmerking te nemen termijn eindigt op het moment waarop de rechter uitspraak doet in de procedure met betrekking tot het geschil dat de belastingplichtige en de inspecteur verdeeld houdt (de hoofdzaak). Naar het oordeel van de rechtbank biedt het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252 geen steun voor de opvatting van verweerder dat op deze laatste regel een uitzondering bestaat voor een geval als het onderhavige, waarin het primaire besluit tijdens de beroepsfase door het bestuursorgaan wordt herroepen, maar nog wel geschil bestaat over de vergoeding van proceskosten in de bezwaarfase.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb659cdf2d9a58cc7c4725ab384fab3cff3a451107324e71c029c6b1bcd38894. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb659cdf2d9a58cc7c4725ab384fab3cff3a451107324e71c029c6b1bcd38894, en de alinea staat in dat document op bytes 11515 tot 12456.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb659cdf2d9a58cc7c4725ab384fab3cff3a451107324e71c029c6b1bcd38894 | shasum -a 256