Citaat | Rechtbank Noord-Holland 21 oktober 2020

Alinea 31 Rechtbank Noord-Holland 21 oktober 2020

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 21 oktober 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:8528.

12. Eiseres heeft in deze procedure weliswaar gesteld dat het belang van deze procedure niet uitsluitend is gelegen in de vermindering van de beschikking, maar ook in de gevolgen daarvan voor haar toeslagen, maar zij heeft die stelling niet onderbouwd of gekwantificeerd. Tegenover de gemotiveerde betwisting door verweerder heeft zij daarom naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat zij een meer dan zeer gering financieel belang heeft bij de procedure, zodat geen aanleiding bestaat om uit te gaan van de veronderstelling dat de lange duur van de procedure spanning en frustratie bij de belanghebbende heeft veroorzaakt. Aangezien in dit verband blijkens het arrest van de Hoge Raad van 17 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2981, r.o. 2.3 wordt geabstraheerd van de vraag of daadwerkelijk spanning en frustratie is ondervonden, moet in dit geval ervan worden uitgegaan dat de overschrijding van de redelijke termijn niet ertoe heeft geleid dat eiseres immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie. Daarom zal de rechtbank volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden (zie HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, r.o. 3.9.6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb659cdf2d9a58cc7c4725ab384fab3cff3a451107324e71c029c6b1bcd38894. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb659cdf2d9a58cc7c4725ab384fab3cff3a451107324e71c029c6b1bcd38894, en de alinea staat in dat document op bytes 14732 tot 15942.