Citaat | Rechtbank Noord-Holland 7 juni 2021
Onder 4.2.2 Rechtbank Noord-Holland 7 juni 2021
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 7 juni 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:4342.
Op grond van artikel 3:11, eerste lid, van de Awb legt het bestuursorgaan het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage. Tussen partijen is niet in geschil dat de m.e.r.-beoordelingsnotitie een stuk is als hiervoor bedoeld en dat deze bij het ontwerpbesluit niet ter inzage is gelegd. Het besluit is dan ook in strijd met het bepaalde in artikel 3:11 van de Awb tot stand gekomen. Anders dan MOB en anderen is de rechtbank van oordeel dat het gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb kan worden gepasseerd nu eisers alsnog kennis hebben kunnen nemen van dit stuk door toezending daarvan aan hen door verweerder en het bestaan van het stuk voor andere belanghebbenden gedurende de terinzagelegging van het ontwerpbesluit kenbaar kon zijn, nu in het ontwerp op de notitie wordt gewezen. Voor haar oordeel vindt de rechtbank steun in de uitspraken van de Afdeling van 19 maart 2008 en 11 juni 2008 .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f87ea8777113bdc775f49b832be564fbb724d945a5e64acf2a33e92ea5ca2375. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f87ea8777113bdc775f49b832be564fbb724d945a5e64acf2a33e92ea5ca2375, en de alinea staat in dat document op bytes 19195 tot 20290.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f87ea8777113bdc775f49b832be564fbb724d945a5e64acf2a33e92ea5ca2375 | shasum -a 256