Citaat | Rechtbank Noord-Holland 22 maart 2022

Onder 58.6. Rechtbank Noord-Holland 22 maart 2022

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 22 maart 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:3517.

103. Rekening houdend met de mogelijkheid dat de door het hof vastgestelde misleiding in cassatie geen stand zou houden, komt de rechtbank nog steeds op een aanzienlijk hogere waarde van de rechten op ‘no cure no pay’-vergoedingen dan het bedrag van € 175.000 waarmee rekening is gehouden in de cessieovereenkomst. In dit verband verdient opmerking dat feitelijke oordelen, zoals de vaststelling dat sprake is geweest van misleiding, slechts beperkt getoetst kunnen worden in cassatie. Dit blijkt ook uit het arrest van 30 januari 2015 waar is geoordeeld dat de oordelen inzake misleiding berusten op feitelijke waarderingen die in beginsel aan het hof zijn voorbehouden. Zelfs indien ervan uit wordt gegaan dat de kans dat de hofuitspraak geen stand zou houden 50% bedroeg en rekening wordt gehouden met het minimum van € 5,85 miljoen aan verwachte ‘no cure no pay’-vergoedingen, dan ligt de waarde van de potentiële vorderingen - los van eventueel tijdverloop en andere risico’s - per 21 augustus 2014 nog steeds op minimaal € 2,9 miljoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b83caac266c03c33fccb9879a1f0a40084ca349c771dafdfa818108460018850. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b83caac266c03c33fccb9879a1f0a40084ca349c771dafdfa818108460018850, en de alinea staat in dat document op bytes 187605 tot 188676.