Citaat | Rechtbank Noord-Holland 22 maart 2022

Onder 58.6. Rechtbank Noord-Holland 22 maart 2022

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 22 maart 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:3517.

124. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van dusdanige gebreken in de aangifte dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. Ook heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat het op zichzelf bezien, dus in absolute zin, gaat om een aanzienlijk bedrag dat ten onrechte niet is aangegeven en dat eiser zich hiervan bewust moet zijn geweest ten tijde van het doen van de aangifte. Dit brengt mee dat eiser de vereiste aangifte niet heeft gedaan, ten gevolge waarvan de bewijsregel van artikel 27e van de AWR (omkering en verzwaring van de bewijslast) toepassing vindt. De stelling van eiser dat omkering van de bewijslast in strijd is met het verbod van willekeur of disproportioneel zou zijn, volgt de rechtbank niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b83caac266c03c33fccb9879a1f0a40084ca349c771dafdfa818108460018850. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b83caac266c03c33fccb9879a1f0a40084ca349c771dafdfa818108460018850, en de alinea staat in dat document op bytes 211889 tot 212769.