Citaat | Rechtbank Noord-Holland 17 juni 2026

Onder 4.7. Rechtbank Noord-Holland 17 juni 2026

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 17 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:6889.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van ING worden veroordeeld. ING verzoekt - voor het eerst in de conclusie van dupliek - om vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten. Voor vergoeding van werkelijk gemaakte proceskosten is slechts aanleiding, indien de kantonrechter kan vaststellen dat [eiser] met het instellen van de vordering jegens ING zich schuldig heeft gemaakt aan misbruik van procesrecht (artikel 3:13 Burgerlijk Wetboek (BW)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa2de0884c1d62519236a0f4d8c169004be1d67ce88ade0da6401a4fa04b1fd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa2de0884c1d62519236a0f4d8c169004be1d67ce88ade0da6401a4fa04b1fd6, en de alinea staat in dat document op bytes 13650 tot 14167.